Na jaren hopen op een mooie zwangerschap, kreeg Renée* een zwangerschap met heel wat kwaaltjes. Desondanks werd het een hele leuke tijd, al hing ze geregeld boven het toilet of lag ze verplicht met de voeten omhoog op bed. Omgaan met haar zwangerschap op het werk was extra speciaal. Renée werkt immers in een woongroep voor mensen met dementie. Dat leverde grappige, maar vaak ook hartverwarmende situaties op. Vandaag vertelt ze haar verhaal op de blog.

Zo, die is dik

“Zo, die is dik”, hoor ik de ene dame tegen de andere zeggen zodra ik binnenstap in de woongroep voor mensen met dementie. Ze gniffelen allebei vanuit een rolstoel met een kopje koffie. “Ik ben zwanger en kom trakteren omdat ik met verlof ga”, zeg ik tegen de vijf bewoners die aan tafel zitten. In de gang hoor ik de zesde bewoner naar de badkamer schuifelen. “Heb je al kinderen of is het de eerste?”, vraagt dezelfde dame die me zojuist nog dik noemde. Ik vertel dat het mijn eerste kindje wordt en dat alles roze is, want het is een meisje.

>> LEES OOK: Cute badpakje

Ervaringen uitwisselen

Het gesprek is op gang. Er wordt door de twee dames volop gesproken over hun eigen zwangerschap en bevallingen. Van pijn tot vreugde, alles word besproken. Zelfs het aantal hechtingen kan een dame zich nog herinneren. Dat alles tot ergernis van een bewoner die inmiddels aangekleed is komen binnenlopen en op de bank is geploft. “Moet dat nou? Ik heb nog niet gegeten”, mompelt de mevrouw. Ze is ongeveer 20 jaar jonger dan de gemiddelde bewoner, heeft Korsakov en past eigenlijk niet geheel binnen deze woongroep, maar haar dochter woont om de hoek en die vindt het prima zo. Ik geef haar een lekker ontbijtje en daarbij alvast de roze koek die ik trakteer. Het is dan al elf uur. Ze heeft glimmende ogen, want het eitje dat ik ondertussen heb gekookt voor op haar brood vindt ze heerlijk. Stiekem heb ik het zacht gekookt, want dat vindt ze het lekkerst. Stomme HACCP-regels, volgens welke dat eigenlijk niet mag.

“Zal ik helpen?”, hoor ik even later vanaf de bank. “Je zal wel al moe zijn met die dikke buik.” Mevrouw staat al op en voordat ik kan antwoorden begint ze te helpen met het dekken van de tafel. Als ik na de lunch mijn spullen pak en gedag zeg, zeg ik uit gewoonte: “Tot morgen!”, terwijl ik er de komende 16 weken niet zal zijn. Dat ik niet ga werken, is dan ook het enige wat echt zal veranderen ten opzichte van de afgelopen weken.

Elke dag hetzelfde verhaal

Vanaf een week of 24 heb ik elke werkdag gehoord dat ik dik ben. Nochtans legde ik elke dag opnieuw uit dat ik zwanger was. En zelfs toen ik niet meer mijn eigen functie kon uitvoeren en er maar 3 uurtjes was, kreeg ik hulp uit onverwachte hoek. Elke werkdag kon ik opnieuw voluit praten over zwanger zijn, winkelen voor de baby, het kamertje en wat er allemaal nog meer bij komt kijken. Wie kan dat nog meer? Voor de bewoners ging het nooit vervelen, want voor hen was het steeds alsof ze het allemaal voor de eerste keer hoorden. Het maakte niet uit of ik drie keer per uur hetzelfde vertelde, elke keer ontstond er een nieuw gesprek uit.

Misschien, heel misschien gebeurt er ook iets moois als ik met de baby langsga. Ik kan alvast niet wachten om die verhalen te horen. Ik ben een trotse verpleegkundige van kleinschalig wonen waar mensen met dementie zich thuis mogen voelen en waar af en toe de regels even anders zijn!

 

* Renée is een fictieve naam. De schrijfster van dit artikel wenst namelijk anoniem te blijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *