Hoe leuk is het als je kindje eindelijk kan kruipen en zich zelfstandig kan voortbewegen? En hoe onhandig is het tegelijk dat ze ineens overal bijkunnen en dat je bijgevolg alles moet opruimen? Hoe schattig ziet een billenschuiver eruit en hoe handig is dat? Maar wat is er nu eigenlijk beter en waarom hebben zorgprofessionals liever niet dat je kindje gaat billenschuiven? Dat lees je in dit artikel.

Kruipen vs. billenschuiven

Vanaf een maand of tien beginnen de meeste kindjes te kruipen. Je hebt natuurlijk hele snelle kindjes die dan al staan, maar voor de meeste kindjes geldt dat ze zich vanaf dan op handjes en knietjes kunnen voortbewegen. Ze gaan zelfstandig zitten en kunnen zichzelf prima vermaken. Ze zijn bovendien vliegensvlug en kunnen ineens overal bij.

Maar hoe kan het dat er kindjes zijn die kruipen en andere die alleen gaan billenschuiven, of nog andere die misschien rollend of tijgerend de woonkamer doorgaan? Kruipen is een vaardigheid die voortkomt uit tijgeren. Het enige verschil is eigenlijk dat bij kruipen de kindjes de buik helemaal lostillen van de onderlaag, terwijl bij tijgeren de buik over de grond schuift. Wanneer kindjes al heel vlot op hun billen worden gezet, zien we dat ze vaak stagneren in hun verdere motorische ontwikkeling. Maar hoe kan dit?

Lees ook: Zitten, hoe ga je hiermee om?

Zitten

Op het moment dat een kindje al heel vlot kan zitten, en met vlot bedoel ik op zes maanden, zien we dat ze graag blijven zitten en lekker willen spelen. Meestal zijn deze kindjes meester in het delegeren van ouders en/of broertjes en zusjes. Ze krijgen alles aangedragen en moeten zelf niks ondernemen om aan speelgoed te komen. Hoe handig is het trouwens ook als je kan zitten? Dan zijn je handen vrij en kun je makkelijker spelen dan wanneer je op je buik ligt of kruipt. Deze kindjes leren dan ook niet om af en toe eens te mopperen en daardoor een nieuwe motorische vaardigheid aan te leren. Zodra ze mopperen, ligt het gewenste speelgoed immers al binnen handbereik. Dus eigenlijk lijkt billenschuiven dan wel heel handig. Waarom zijn kinderfysiotherapeuten en het consultatiebureau dan zo ‘tegen’ billenschuiven?

Kruipend op ontdekking

Gemiddeld lopen Nederlandse kinderen tussen de 11 en 18 maanden. Nu is die range ontzettend groot, maar het mag allemaal. Billenschuivers lopen rond de 22 à 24 maanden. Ook gaat lopen bij billenschuivers vaak gepaard met vele huil- en mopperbuien, meer dan bij de kruipers. Je vraagt je misschien af hoe dat kan? Wanneer een kindje kruipt, leren ze zichzelf te redden en zelf naar speelgoed toe te gaan dat ze graag willen. Kinderen die billenschuiven, vermaken zich daarentegen veel meer op één plek en zijn daardoor beperkt in het zelfstandig kunnen spelen en buiten hun comfortzone gaan.

Uit de comfortzone

Wanneer een kindje gaat lopen, gaat het eigenlijk altijd buiten de comfortzone. Lopen is spannend en vraagt een hoop oefening. Als het kindje echter niet gewend is om zichzelf te redden, gaat het al snel mopperen en wordt het er allemaal niet gezelliger op thuis. Dat is dan ook de reden waarom het zo lang duurt voordat billenschuivers gaan lopen. Ze vermaken zich vaak nog prima op hun billen en zien geen noodzaak om te gaan lopen.

Daarnaast is het zo dat je kind vanuit de positie van het billenschuiven veel moeilijker kan gaan staan dan vanuit de positie van het kruipen. In onderstaande vlog laat ik zien wat het verschil is tussen gaan staan vanuit kruiphouding en gaan staan vanuit billenschuiven.

Schuift jou kindje op zijn/haar billen en vind je tijd dat het gaat lopen? Of heb je andere vragen over billenschuiven bij jouw kindje? Trek op tijd aan de bel en neem contact op met een kinderfysiotherapeut of met het consultatiebureau.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *