Wanneer je kind rond de eerste verjaardag zijn of haar eerste woordje uitspreekt, ben je als ouder apetrots. Met wat goede wil en een beetje verbeeldingskracht herkennen we al snel heel wat woordjes in het gebrabbel van onze peuter. Maar wat als ze jouw kind in de crèche of op school niet kunnen verstaan? Of wat als het er maar niet in slaagt om alle klanken correct uit te spreken? Dan (en in heel wat andere gevallen) kan je terecht bij een logopedist(e)! Jildu geeft ons vandaag een blik achter de schermen tijdens een ochtend in de logopediepraktijk. 

Een ochtend in de logopediepraktijk

>> LEES OOK: Mindfulness met je baby

Langzaam en gestructureerd spreken

De ochtend start met David, een vrolijk jongetje uit groep 2. Hij loopt direct naar de spelletjeskast, want hij weet dat hij na hard werken als beloning een kort spelletje mag spelen. Als het gekozen spelletje op tafel staat, gaan we aan de slag. David vindt het erg moeilijk om een duidelijk verhaal te vertellen. Op school begrijpen andere kinderen en de juf hem daardoor vaak niet. Hij praat snel en onduidelijk en springt van de hak op de tak. Samen oefenen we om structuur aan te brengen in een verhaal en om langzamer te spreken, zodat iedereen hem goed begrijpt als hij iets vertelt. David vertelt enthousiast over zijn weekend en het avontuur dat hij beleefd heeft in het bos. Gelukkig is zijn moeder erbij, want ook ik heb soms nog wat ondertiteling nodig.

Het juiste woord

Als we klaar zijn en het spelletje hebben gespeeld, zit de volgende alweer in de wachtruimte. Dit keer is het een klein meisje van drie dat heel veel woorden kent en goede zinnen kan maken, maar ‘toet’ zegt als ze ‘koek’ bedoelt. Juist omdat ze zo slim is, is de frustratie extra groot als het haar niet lukt om ‘koek’ goed te zeggen. Daarom laat ik haar vooral heel veel horen hoe het moet, zonder druk op haar te leggen. Zo kunnen de woorden die verkeerd ‘geprogrammeerd’ staan weer opnieuw ‘ingevoerd’ worden.Ze luistert aandachtig en ik zie dat haar mond af en toe al de juiste beweging maakt. Ze krijgt een mooie prinsessensticker omdat ze zo goed heeft opgelet. Aan de moeder leg ik uit hoe ze dit ook thuis kan aanbieden, want dat half uurtje in de week gaat niet die verandering brengen die we zo graag willen. De oefeningen die ouders meekrijgen en thuis met de kinderen doen, maken het verschil.

Zachter praten

Vroeg in de morgen ben ik al gebeld door de moeder van Rolf, die me laat weten dat hij ziek is. Rolf zit in groep 2 en de juf heeft hem doorgestuurd omdat hij altijd zo luid praat en een hele hese stem heeft. De vorige keer hebben we een lijn gemaakt en zeiden we om de beurt een zin. Na het opzeggen van de zin, moesten we onze stem een cijfer geven. 0 was fluisteren en 10 was heel hard schreeuwen. Zo werd het voor Rolf ineens duidelijk hoe hard hij altijd praat. Ik ben heel benieuwd of het hem is gelukt om in de afgelopen week tussen een 5 en 6 te praten in plaats van altijd rond de 8. Bij zulke jonge kinderen met stemproblemen is het goed om op een speelse manier inzicht te geven in wat ze allemaal kunnen doen met hun stem.

Omdat Rolf er vandaag niet is, kan ik even rustig een kopje koffie drinken en mijn administratie bijwerken. Op een volle dag heb ik daar geen tijd voor en moet ik dat nog thuis doen. Daarom probeer ik zulke momentjes altijd goed te besteden.

Taalachterstand of taalontwikkelingsstoornis?

Dan gaat de bel alweer. Deze mensen zijn op tijd, ze komen voor het eerst. Een intake blijft altijd een beetje spannend. Je weet nooit weet nooit wie je voor je krijgt en het is altijd even aftasten. Jeff is een jongetje van nog geen 2,5 jaar. Hij komt met zijn ouders. Zij vertellen dat ze op advies van het kinderdagverblijf zijn gekomen. Toen ze op de crèche opmerkten dat de taalontwikkeling van Jeff achterblijft op die van zijn leeftijdsgenootjes, herkenden zijn ouders dit wel. Ze vertellen dat Jeff gewoon rond zijn eerste verjaardag begon met praten, maar dat er maar heel langzaam nieuwe woorden bij kwamen. Ook gebruikte hij een paar maanden geleden woorden die hij nu niet meer gebruikt. Jeff komt eerst wat voorzichtig achter zijn moeder binnen, maar al snel komt hij los en brabbelt hij er vrolijk op los. Hier en daar kan ik een woordje verstaan.

Het is heel fijn dat er oplettende medewerkers zijn in kinderdagverblijven en peuterspeelzalen. Ouders begrijpen en verstaan hun kinderen meestal wel, en merken dus vaak pas later op dat hun kind achterblijft in de spraak-/taalontwikkeling. Voor het kind is het van groot belang dat er op tijd aan de alarmbel getrokken wordt. De logopedist kan zo kijken of er sprake is van een taalachterstand (die kan weer volledig ingehaald worden met hulp) of van een TOS (taalontwikkelingsstoornis). Bij een TOS zal het kind langdurig hulp nodig hebben en zal de taal mogelijk nooit helemaal op niveau komen. Of er bij Jeff sprake is van een taalachterstand of van een TOS, kan ik nog lang niet zeggen. Laten we eerst maar eens kijken wat zijn huidige niveau is en hoe hij reageert op logopedische begeleiding!

Uitspraak

De ochtend sluit ik af met Finn (3 jaar). Hij komt binnen met een smile van oor tot oor. Hij zegt: ‘Ik heet Finn.’ Ik begin spontaan te klappen. Na veel oefenen zegt hij voor het eerst zijn naam goed, yes! Vorige week was het nog ‘Sinn’. Oh, wat zijn moeder en ik trots en wat is hij blij. Dit zijn de momenten die het werk als logopedist zo leuk maken, mijn werkdag kan niet meer stuk!

 

Volg ons op social media: Facebook, Instagram, Pinterest, YouTube

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *